zondag 12 juni 2016

Shoppen, Scheren, Stadjes


Het gebied tussen Växjö en Nybro is het Glasriket of het Glasrijk. Al sinds de 19e eeuw zijn hier veel glasfabrieken gevestigd, die van Kosta-Boda hebben wij bezocht. Heel bijzonder om zomaar door zo'n fabriekshal te mogen lopen terwijl er op verschillende plaatsen gloeiende ovens staan en glasblazers in teams aan het werk zijn. 


Ze lopen gewoon met zo'n gloeiende klomp glas op hun blaasstok om of langs je heen. Ze produceren daar complete glasserviezen en ook kunstige siervoorwerpen die in de naastgelegen fabrieksshop verkocht worden.

Er was ook nog een outletcentre met o.a. een outlet van Iitala, mijn Zweedse servies....ik had nog wel wat nodig!
Ons volgende reisdoel was de het scherengebied van de zuid-oostkust. De scherenkust is een groep rotsachtige eilanden en eilandjes voor de kust al dan niet bewoond. Nadat we wat eilandjes gepasseerd zijn sloegen we onze tent op = draaiden we de pootjes uit op Sturkö, met uitzicht op de Oostzee. 
Na een week stralend weer en 2 dagen iets minder (warm) regent het vandaag . Jammer maar vast goed voor het land (en 't stof) We bezochten er Karlskrohn met een marinemuseum en fortificaties en nadat we zijn verkast naar ons 7e stekkie bezochten er Ystad (Eustad) met veel oude vakwerkhuizen èn, niet onbelangrijk, de thuishaven van Wallander - de hoofdpersoon van een Zweedse crimi - in wiens spoor je de stad kunt bezoeken. Wij niet dus, we zijn niet van die ramptoeristen. Maar wat bekende plekjes zoals de veerboot die wel eens het decor van een film is kwamen we wel tegen. Ik ben niet zo'n Wallander-fan maar toen we wat beter WiFi hadden ging Kees eens proberen om op Netflix wat te kijken. Helaas was er geen Nederlandse ondertiteling en was hij overgeleverd aan het Zweeds dat je wel wat kunt verstaan als iemand  l a n g z a a m spreekt maar waar een film niet in voorziet. 
In deze omgeving hebben nog wat kustplaatsjes gezien en een bezoek gebracht aan het Deense Stone Hedge. 

Een groep menhirs in de vorm van een schip geplaatst waar op 21 december en 21 juni op de voor of achtersteven de zon staat. Net als in Engeland en Bretagne is het een fascinerend verschijnsel. De reis er heen voerde ons door glooiende uitgestrekte akkers met graan gedecoreerd met klaprozen en korenbloemen waarboven bruine kiekendieven op zoek waren naar wat te te eten.

14 juni gaan we richting Malmö waar we via de brug de Sont over steken en Kopenhagen bezoeken. Helaas, het regende in Kopenhagen, we waren ...nat geregend, zo vinden wij er niets aan. De volgende morgen, toen de pootjes al opgedraaid waren kwam toch nog de zon tevoorschijn zodat we met mooi weer Denemarken "down" hebben gereden. Mooi fris en opgeruimd land met grote korenvelden die er naar mijn idee goed bij liggen. (Maar ik ben geen boerendochter en er dus geen verstand van) Zo verlaten we Denemarken zoals er ook zijn gekomen: met de boot. Alleen, toen we heen gingen scheen de zon, nu zit het potdicht. We slapen nog een nachtje bij de Bremer Stadsmuzikanten en zien daarvandaan wel of we Nederland nog kunnen vinden.
Dussss:
Iedereen bedankt voor het meelezen, zoals ik al eens eerder heb gezegd dat dit een stok achter de deur is om te proberen het  fatsoenlijk leesbaar te maken.
Lieve groeten
Yvonne

woensdag 8 juni 2016

Eeuwig zingen de bossen


Eeuwig zingen de bossen, de titel van een boek van Margit Söderholm, zij schreef een hele reeks over het geslacht Bjorndahl (of zo) dat zich afspeelt in Zweden en die ik - en vele met mij- in de begin jaren 70 heb verslonden. 
Hoe dat moest klinken, dat zingen van die bossen, heb ik nooit helemaal begrepen maar wij zitten nu in die Zweedse bossen en ik hoor het zingen, maar dan van de vogels. Het is  een oase van rust op een gemoedelijk klein campinkje aan Bolmen, een meer in het gebied Småland. Niet te verwarren met de kinderafdeling van het Zweedse woonwarenhuis. De westkust was best wel leuk: we hebben er fijn gegolfd samen met een Zweedse die het met een Noor doet, zodat we met 3 nationaliteiten hebben gespeeld, een prachtige zonsondergang boven het Kattegatt gezien,  de camping was wat groot, kaal en vol met wat luidruchtige mede-kampeerders. Het strand aan het Kattegatt deed me denken aan Terschelling, voor de kenners: het strand voor de Walvis, waar je van dat eigenaardig ruikende zwarte modderachtige zand hebt. Na 3 dagen trokken we oostwaarts richting Ljungby waar we een stekkie voor een paar dagen vonden. In de bossen aan een meer. Kraanvogels heb ik er gezien, 2x een vliegend en later 2 op een akker en nog een keer 3. Als je met de Japanse vouwtechniek er 1000 vouwt voor iemand die ernstig ziek is zou hem of haar dit genezing brengen. 
Twee nachten later (8 juni) vertrekken we weer op zoek een een plekje verderop oostwaarts. Dat had wat voeten in aarde, de camping die boven aan ons lijstje stond bestaat niet meer, de andere was zo leeg, eenzaam en verlaten dat het niet zo jofel voelde en de derde (=scheepsrecht) moest het dan maar worden. 
Hoewel wij niet zo nodig 5 sterrencampings zoeken is deze heel sober, wel heel rustig en ook wel weer aan een meer. Ook nogal no-nonsens, na 19.00 uur komt er een mannetje met een geldbuidel afrekenen en overhandigt je de sleutel van de douche. Waar vind je dat nog, en dat voor slechts 150 SEK voor een nacht (ca 15 euro). Omdat we een probleempje met de stroomkabel auto-caravan op te lossen hebben, hebben we hier toch maar (voor de 5de keer) de pootjes uitgedraaid en is Kees gaan verzamelen: in de ene winkel kroonsteenjes, in een andere isolatietape, ergens een schroevendraaier en weer ergens anders krimpkousjes met tang . Na wat gefrut en geknutsel heeft hij de klus geklaard. 
Onze kabel is net iets te lang en heeft de laatste etappe kennelijk over de grond geschuurd, waardoor de draadjes bloot kwamen te liggen en we een melding kregen dat het remlicht van de aanhanger defect was.
Voor t geval je ons met de kaart op schoot volgt: we zijn in Vissefjärda. Hoewel er in Zweden veel gratis WiFi is, is het hier WiFi-Free en het 3G doet het maar heel traag. Ik stuur wel eens een "speld" maar ook dat lukt hier niet. Wat n rust 😕 Maar, als na 22.00 uur de zon onder is gegaan is er een haast sprookjesachtig uitzicht op het meer, het licht verdeelt het water in twee gedeelten: één roze-rood spiegelglad en het andere deel is grijs-blauw. Er zwemmen 2 koppels Canadese ganzen met wat kuikens voorbij, om stil van te worden zo mooi.


Waarom gaan we hier dan weer weg? Wel, ik heb dringend behoefte aan een wasmachine en ook een droger graag. De tijd van handwasjes en een wringer heb ik al jaren geleden achter me gelaten 😂


zaterdag 4 juni 2016

Heej heej

"Heej heej" zegen ze hier in Zweden als ze bedoelen: Hallo!
Want daar zijn we inmiddels gearriveerd na 3 reisdagen. 3? Ja, want we willen relaxt op vakantie en niet zo snel mogelijk onmogelijk ver. Dus gingen we woensdag tot Bremen en donderdag worstelden we door een grijze mist van regen verder door Duitsland, om gelukkig op het zonnig eiland Fehmarn de boot naar het eiland Lolland in Denemarken te nemen. Na een overnachting reden we Seeland door om daar met een boot naar Zweden te gaan. T heeft wel wat, zo'n eilandtripje en wij hebben nu eenmaal iets met eilanden. Er is weliswaar een brug van Kopenhagen naar Malmö maar wij maakten een andere keuze. Wij blijven een paar dagen in de buurt van Halmstad aan het Kattegatt waar we genieten van heerlijk weer met lange avonden ( de zon gaat pas om 22.00 uur onder. We fietsen naar het strand, gaan Halmstad bezoeken en een keertje golfen. Een van onze onschuldige vakantiegenoegens is het bezoeken van een flinke supermarkt, en dat hebben we gedaan ook! Dolend door de " straten" bekijken we de voor ons niet zo bekende producten. En in Zweden betekent dit dus o.a. een straat vol knäckebröd. Knäckebröd in allerlei uitvoeringen, vierkant rechthoekig driehoekig rond (al dan niet met een gat) en natuurlijk vond ik de kanelbular  waar mijn favoriete Zweedse schrijfster Camilla Läckberg haar roman-hoofdpersoon in ieder boek op tracteert.  We hebben ze (nog niet) gekocht, het knäckebröd natuurlijk wel.

dinsdag 31 mei 2016

Nog even - of vakantie 2016

Kijk, daar staat de caravan op de oprit, klaar om te gaan, nog even....de BTW, nog even een wasje, nog even naar het oogziekenhuis (Kees) nog even 18 holes met de dinsdagdames (Yvonne dus) nog even wat spulletjes er in en: up we go! Omdat het oogziekenhuis groen licht geeft gaan we eens kijken of we in Zweden kunnen komen. Vertrek waarschijnlijk woensdag 1 juni in de loop van de morgen.

woensdag 22 juli 2015

Terug naar Terschelling of geen spannende vakantie, toch een blogje

Iedere "zichzelf-respecterende-Terschellingganger" zal het nummer van Hessel, de eilandrocker wereldberoemd bij bijna alle vakantiegasten, uit volle borst mee kunnen blèren! Terug naar Terschelling, ook al word ik 100 jaar!
Onze oorspronkelijke vakantie naar Terschelling,  naar Oerol, hebben we moeten annuleren maar toch konden we 2 dagen uitwaaien op "ons" eiland , in hotel Skylge met een kamer aan de (wadden)zeezijde. We gingen onze kleinkinderen na hun scoutingkamp afleveren bij hun ouders die, hoe ontaard 😜,  vast naar Terschelling waren vertrokken.
Omdat we op weg naar de laatste boot van 19.50 uur best even langs Franeker konden grepen we de kans om het planetarium van Eise Eisinga te bezoeken met beide handen aan. Voor onze aanstaande astronaut is dit natuurlijk een must.
En zo kwam het dat we toch terug konden, terug naar Terschelling waar we al zo'n 30 jaar geleden voor het eerst gingen kamperen en op slag helemaal verliefd op werden. Toen we er voor de zoveelste keer heen gingen vroeg iemand mij eens waarom we daar toch steeds heen gingen....! 
Hoe heerlijk was het om even mijn meest favoriete fietstocht te maken, ( vroeger deden we dit met onze kinderen en een bevriend gezin, nu met onze kinderen en kleinkinderen waarbij Thijmen alle zanderige bospaadjes "neemt" en ook Alice hier al dikke pret aan beleeft. Je houdt je hart vast) We fietsten door de duinen en het Donkere Bos langs het Groene Strand. Langs het fietspad bloeide het echte walstro en de wind voerde haar zoete honinggeur aan, de zonnedauw in het veenvalleitje is er nog steeds en de cranberry's kleurden al wat rood. Bij de waddenstrandtent de Walvis waar we strandden voor een koffiestop was het een gezellige drukte, we hadden een zonnig uitzicht op kitesurfers, fietsers, zeilboten en natuurlijk de veerboot terwijl op de achtergrond de contouren van Vlieland zichtbaar zijn. 
Eigenlijk moet je hier 's avonds zitten, als het donker is en de Brandaris zijn lichten over het strand jaagt, je de vuurtoren van Vlieland ziet en de vele groene en rode lichtjes die de vaargeul markeren.
's Morgens werden we gewekt door de scholeksters en tureluurs, de zon scheen de kamer in en de wind zong in de stagen van de boten in de jachthaven en 's nachts zie ik vanuit mijn bed dat het licht van de vuurtoren net even ons raam aantikt.
Hoe heerlijk hebben we gefietst langs de Waddenzee met de wind in de rug, de meeuwen krijsend naast ons terwijl visdiefjes de zee in duiken om een visje te verschalken, zo kun je wel door tot aan Oosterend, maar vergeet niet dat je terug dan wel tegen de wind in moet.
Twee dagen Terschelling op het ritme van eb en vloed, het is alsof ik een week weg was.



donderdag 5 juni 2014

Het rondje is rond.


Boven het eerste blog over deze vakantie staat er een foto die ik van het world wide web heb gepikt, om het weer glad te trekken is hij hier nog een keer, maar dan zelf gemaakt. Het is een oud gestrand vikingsschip dat door de trollen aan land getrokken werd maar in steen is veranderd. IJsland wemelt van dit soort verhalen.  
We  zijn nu het allerzuidelijkste puntje voorbij, Vìk, een klein stadje, hoewel de stadjes hier niet veel voorstellen: een hotel, een guesthouse, soms een camping, een supermarkt(tje) en een paar huizen. In de supermarkt staat altijd een rek met gedroogde vis, zal ik? Het ruikt wat penetrant...en wat doe ik er dan mee? Heb er al eens recepten voor gezocht maar kan eigenlijk niets vinden, ik laat het nog maar even voor wat het is. 

Voor de brei- en haaksters onder jullie: bijna alle supermarkten hebben wel een hele "straat" met wol. En in Vìk staat zelfs een hele wolfabriek met een souvenirwinkel waar ze een aardige sortering wol verkopen, leuk voor een woondeken. We kochten er voor Thijmen en Alice een lekker warm stoer vest, fijn voor als ze op Terschelling zijn. 

Inmiddels zijn we weer een dag verder en bezoeken we een cultuur-historisch museum vol met oude IJslandse handvaardigheid, gereedschappen, scheepsdingen en een klein openlucht gedeelte met oude huisjes. Er was een gids die heel enthousiast vertelde over de eerste bewoners en over IJslandse gebruiken, o.a. vertelde ze over de gedroogde vis en dat die in de supermarkt te koop is en nu als snack wordt gegeten, gewoon zo droog met een lik boter er op. Zo werd mijn onuitgesproken vraag beantwoord. Waarschijnlijk neem ik dus zo'n zakje mee.

Verder bracht onze reis ons door het gebied waar in 2010 de uitbarsting van de Eyjafjallajökull plaats vond. Een uitbarsting waarbij door de hitte een gletsjer smolt waardoor er een enorme waterstroom losbarstte. Het hele gebied was toen onder een dikke aslaag bedolven. Er is een infocentrum ingericht met  filmbeelden waar je dan de ingestorte weg ziet waar we net hebben gereden. Bovendien verkochten ze er potjes as....

We komen onze hele reis al langs bergbeekjes, -stroompjes, watervalletjes en watervallen. Bij de meesten is een uitkijkpunt of een picknickplaats, de een is zo bijzonder omdat hij zo hoog is, de ander omdat hij zo breed is, weer een ander omdat hij in terrassen loopt.....nou ja, wij hebben niet iedere waterval gefotografeerd, we zijn er zelfs niet steeds gestopt wat meer zegt over ons dan over de watervallen. Maar ik zal er toch een bij zetten, de Gullfoss, de gouden waterval, want zonder waterval is het niet compleet. De Gullfoss is om de hoek bij Geysir, het geothermische gebied met de geisers. De grootste geiser, Geysir, doet het niet meer maar de kleinere Strokkur, jaagt om de paar minuten zijn kokende  waterkolom 10 tot 20 meter omhoog. Daarnaast zijn er nog wat hete bronnen die "alleen maar" borrelen en stomen.

Na dit bezoek rijden we weer door het gebied met de aardplaten, ons cirkeltje is rond en we gaan door naar Reykjavik waar we de auto weer inleveren en nog een anderhalve dag citytrip doen. 

Reykjavik is een stad vol kunst en cultuur en heeft net als Sydney een soort operahouse:



Nog wat ditjes en datjes

Als je door IJsland reist mag je vertrouwen op een fatsoenlijk wegennet, de "Rondweg" , de Één, voert je het hele land rond, een tweebaans weg, meestal geasfalteerd, soms een gravelweg. Vol bruggen en  bruggetjes vaak de helft van de weg breed, de één-autobrugjes. Aangezien het meestal uitgestorven is, is dit geen probleem. Op de Één mag je maximaal 90 km per uur rijden, maar wanneer je als toerist het wat kalmer aan wilt doen, creëer je geen staart achter je aan. De enkeling die je achterop komt heeft alle ruimte om je in te halen. Dit geeft je een relaxt gevoel dat ook nog eens wordt versterkt door de omgeving, ook relaxt. 

De ongeasfalteerde wegen in het binnenland zijn alleen in juli en augustus begaanbaar en dan nog enkel met een 4wd, waarbij je wordt geadviseerd om bij het oversteken van rivieren te wachten tot er een autochtone automobilist komt, zodat je kunt zien waar je er best kunt oversteken. Ga iedere dag met een volle tank en wat te eten/drinken op pad, er zijn weinig tankstations en ook café's zijn er onderweg niet veel, wel vind je op de mooiste plekjes picknickplaatsen.
Culinair stelt het hier  in onze beleving niet veel voor, veel lam, een nationaal gerecht is meatsoup, met lamsvlees. Ik heb het niet gegeten omdat ik alleen heel jong lam lekker vind, als het te schaperig wordt is het mij te sterk.. Er is veel vis, vooral arctic charr die wat op zalm lijkt. Een nationaal gerecht met vis is zoute vis, lekker maar een groot glas bier kon ik erna wel waarderen. Het is altijd plateservice waardoor je sla zwemt de de saus van je vlees/vis, iemand verontschuldigde zich eens dat we zolang moesten wachten op ons eten, ( we waren die keer in 3 kwartier uit en thuis) een glaasje wijn is er vrij kostbaar en als ze je zo snel de deur uit werken is het ook niet aantrekkelijk om dat te bestellen. Daar staat tegenover dat niemand er vreemd van opkijkt als je water bestelt, je hoeft het niet eens te vragen, een kan (kraan)water is standaard en als je verder niets hoeft is dat prima.

Het was een prachtige reis, dank voor jullie meelezen,  ik houd al zo'n 25 jaar een soort dagboek bij als we op vakantie zijn, de eerste jaren was het niet meer dan een boekje met wat aantekeningen van fietstochten, boodschappenlijstjes, scorelijsten van de klaverjasavonden en soms mooie one-liners -we gingen toen met een bevriend gezin jaren achtereen naar Terschelling. Niet ieder vakantiedagboek is voor anderen interessant. In onze caravan ligt mijn  "logboek" waarin ik mijn aantekeningen bijhoud. Maar bij een reis als deze is het prettig om het met een blog als dit te doen te doen, zodoende heb ik voor onszelf een verslag dat ik altijd weer terug kan vinden en als je weet dat anderen meelezen is dat een soort stok achter de deur ;-) dus, lieve meelezers,  bedankt!
Zaterdagavond komen we thuis, ga ik wassen, Kees een dagje werken, caravan inpakken en nog twee weken naar Callantsoog, uitrusten!


maandag 2 juni 2014

Land van vuur en ijs



Als we het Muggenmeer achter ons laten hebben we ook nog een "solfatarenveld"  vol kokende en borrelende modderpoelen en verschillende sissende stoomgaten met zwaveldampen bezocht.  Het hele gebied stonk naar rotte eieren, de grond had diverse kleuren: rood, geel, groen en blauw. Overal dampte, rookte en siste het en straalde het warmte uit, het was een bizarre ervaring. 


Onze reis naar het volgende adres, Egalisstadir, ging over een kale onbewoonde hoogvlakte, we hebben er heel wat sneeuw- en ijsvelden gepasseerd, het was er uitgestorven, op een enkel ganzenpaartje na was er geen levend wezen te bekennen. Volgens onze reisgids moet de aarde er kort na de schepping zo hebben uitgezien....De auto's die we op deze 150 km lange route tegen kwamen konden we op de vingers van onze 4 handen tellen. We verbazen ons telkens weer over dit land. Het plaatsje waar we overnachten is ook eigenlijk alleen maar een stop op de route, er valt niet veel te beleven, in de buurt is de haven waar je aankomt als je met de boot vanuit Europa naar IJsland komt. De verbinding  is maar 1 x per week, de overige dagen is het er een dooie boel, hoewel het er vandaag een soort visserij- of vlaggetjesdag was. Een hoop reuring bij de haven en bakken met diverse soorten vis om te bekijken. Morgen, zondag, reizen we verder langs de oostkust van dit land.

Zo  trokken we dus vanaf  Egalisstadir zuidwaarts, niet in een rechte lijn dat kan niet, zo'n weg is hier ook niet, eerst een stukje binnenland en daarna volgden we de kustweg, langs de fjorden. Dit houdt in langs het water tot het ophoudt en bocht en langs de andere kant naar daar waar het land ophoudt, een bocht en weer langs het water... Dit door een wisselend landschap met veel vogels, af en toe wat elanden of rendieren 

en volop schaapjes. Zo naderen we het gebied van de Vatnajökull, een gigantische gletsjer, zo groot als de provincies Groningen, Friesland en Drenthe bijelkaar. Op verschillende plekken zien we de gletsjertongen uit de bergen komen, een indrukwekkend gezicht.
Het ijsbergenmeer  Jökulsárlón hebben we bezocht, via dit meer drijven de stukken die van de gletsjer zijn afgebroken naar zee, waar dan weer kleinere brokkene op het strand terechtkomen.
Als het zonnetje schijnt lijkt het, met het zwarte lavazand als achtergrond, of er juwelen liggen.  De volgende dag, maandag, zijn we nog eens naar het ijsbergenmeer gegaan, je kunt er met een amfibievoertuig of met een rubberboot een tochtje maken. 
We twijfelden of we zouden gaan maar kozen er voor om dit niet te doen, het meer heeft een bepaalde serene rust, je hoort het ijs knappen en de meeuwen krijsen, als je in zo'n boot gaat zitten hoor je alleen de motor, no thanks! 
Onze reis naar het zuiden vervolgend maken we een vogelexcursie mee.

Op een "platte kar" achter een tractor worden we een kilometer of 6 door een soort zwart  wad meegevoerd naar een klif voor een wandeling langs de rotsen waar Grote Jagers, (de grootste roofmeeuwen) trachten ons aanvallen omdat ze hun nesten beschermen en waar ook de papegaaiduiker 
nestelt.

 Het was een bijzonder reisje, de randen van de klif heb ik wat gemeden, (lijd wat aan hoogtevrees) maar verder genoot ik ervan.
Onze reis voert ons door zwarte zand- en steenwoestijnen, ooit de bedding van de gletsjeruitlopers, naar ons volgende overnachtingsadres dat aan een heerlijk groen weidje ligt. Een verademing.....