donderdag 5 juni 2014

Het rondje is rond.


Boven het eerste blog over deze vakantie staat er een foto die ik van het world wide web heb gepikt, om het weer glad te trekken is hij hier nog een keer, maar dan zelf gemaakt. Het is een oud gestrand vikingsschip dat door de trollen aan land getrokken werd maar in steen is veranderd. IJsland wemelt van dit soort verhalen.  
We  zijn nu het allerzuidelijkste puntje voorbij, Vìk, een klein stadje, hoewel de stadjes hier niet veel voorstellen: een hotel, een guesthouse, soms een camping, een supermarkt(tje) en een paar huizen. In de supermarkt staat altijd een rek met gedroogde vis, zal ik? Het ruikt wat penetrant...en wat doe ik er dan mee? Heb er al eens recepten voor gezocht maar kan eigenlijk niets vinden, ik laat het nog maar even voor wat het is. 

Voor de brei- en haaksters onder jullie: bijna alle supermarkten hebben wel een hele "straat" met wol. En in Vìk staat zelfs een hele wolfabriek met een souvenirwinkel waar ze een aardige sortering wol verkopen, leuk voor een woondeken. We kochten er voor Thijmen en Alice een lekker warm stoer vest, fijn voor als ze op Terschelling zijn. 

Inmiddels zijn we weer een dag verder en bezoeken we een cultuur-historisch museum vol met oude IJslandse handvaardigheid, gereedschappen, scheepsdingen en een klein openlucht gedeelte met oude huisjes. Er was een gids die heel enthousiast vertelde over de eerste bewoners en over IJslandse gebruiken, o.a. vertelde ze over de gedroogde vis en dat die in de supermarkt te koop is en nu als snack wordt gegeten, gewoon zo droog met een lik boter er op. Zo werd mijn onuitgesproken vraag beantwoord. Waarschijnlijk neem ik dus zo'n zakje mee.

Verder bracht onze reis ons door het gebied waar in 2010 de uitbarsting van de Eyjafjallajökull plaats vond. Een uitbarsting waarbij door de hitte een gletsjer smolt waardoor er een enorme waterstroom losbarstte. Het hele gebied was toen onder een dikke aslaag bedolven. Er is een infocentrum ingericht met  filmbeelden waar je dan de ingestorte weg ziet waar we net hebben gereden. Bovendien verkochten ze er potjes as....

We komen onze hele reis al langs bergbeekjes, -stroompjes, watervalletjes en watervallen. Bij de meesten is een uitkijkpunt of een picknickplaats, de een is zo bijzonder omdat hij zo hoog is, de ander omdat hij zo breed is, weer een ander omdat hij in terrassen loopt.....nou ja, wij hebben niet iedere waterval gefotografeerd, we zijn er zelfs niet steeds gestopt wat meer zegt over ons dan over de watervallen. Maar ik zal er toch een bij zetten, de Gullfoss, de gouden waterval, want zonder waterval is het niet compleet. De Gullfoss is om de hoek bij Geysir, het geothermische gebied met de geisers. De grootste geiser, Geysir, doet het niet meer maar de kleinere Strokkur, jaagt om de paar minuten zijn kokende  waterkolom 10 tot 20 meter omhoog. Daarnaast zijn er nog wat hete bronnen die "alleen maar" borrelen en stomen.

Na dit bezoek rijden we weer door het gebied met de aardplaten, ons cirkeltje is rond en we gaan door naar Reykjavik waar we de auto weer inleveren en nog een anderhalve dag citytrip doen. 

Reykjavik is een stad vol kunst en cultuur en heeft net als Sydney een soort operahouse:



Nog wat ditjes en datjes

Als je door IJsland reist mag je vertrouwen op een fatsoenlijk wegennet, de "Rondweg" , de Één, voert je het hele land rond, een tweebaans weg, meestal geasfalteerd, soms een gravelweg. Vol bruggen en  bruggetjes vaak de helft van de weg breed, de één-autobrugjes. Aangezien het meestal uitgestorven is, is dit geen probleem. Op de Één mag je maximaal 90 km per uur rijden, maar wanneer je als toerist het wat kalmer aan wilt doen, creëer je geen staart achter je aan. De enkeling die je achterop komt heeft alle ruimte om je in te halen. Dit geeft je een relaxt gevoel dat ook nog eens wordt versterkt door de omgeving, ook relaxt. 

De ongeasfalteerde wegen in het binnenland zijn alleen in juli en augustus begaanbaar en dan nog enkel met een 4wd, waarbij je wordt geadviseerd om bij het oversteken van rivieren te wachten tot er een autochtone automobilist komt, zodat je kunt zien waar je er best kunt oversteken. Ga iedere dag met een volle tank en wat te eten/drinken op pad, er zijn weinig tankstations en ook café's zijn er onderweg niet veel, wel vind je op de mooiste plekjes picknickplaatsen.
Culinair stelt het hier  in onze beleving niet veel voor, veel lam, een nationaal gerecht is meatsoup, met lamsvlees. Ik heb het niet gegeten omdat ik alleen heel jong lam lekker vind, als het te schaperig wordt is het mij te sterk.. Er is veel vis, vooral arctic charr die wat op zalm lijkt. Een nationaal gerecht met vis is zoute vis, lekker maar een groot glas bier kon ik erna wel waarderen. Het is altijd plateservice waardoor je sla zwemt de de saus van je vlees/vis, iemand verontschuldigde zich eens dat we zolang moesten wachten op ons eten, ( we waren die keer in 3 kwartier uit en thuis) een glaasje wijn is er vrij kostbaar en als ze je zo snel de deur uit werken is het ook niet aantrekkelijk om dat te bestellen. Daar staat tegenover dat niemand er vreemd van opkijkt als je water bestelt, je hoeft het niet eens te vragen, een kan (kraan)water is standaard en als je verder niets hoeft is dat prima.

Het was een prachtige reis, dank voor jullie meelezen,  ik houd al zo'n 25 jaar een soort dagboek bij als we op vakantie zijn, de eerste jaren was het niet meer dan een boekje met wat aantekeningen van fietstochten, boodschappenlijstjes, scorelijsten van de klaverjasavonden en soms mooie one-liners -we gingen toen met een bevriend gezin jaren achtereen naar Terschelling. Niet ieder vakantiedagboek is voor anderen interessant. In onze caravan ligt mijn  "logboek" waarin ik mijn aantekeningen bijhoud. Maar bij een reis als deze is het prettig om het met een blog als dit te doen te doen, zodoende heb ik voor onszelf een verslag dat ik altijd weer terug kan vinden en als je weet dat anderen meelezen is dat een soort stok achter de deur ;-) dus, lieve meelezers,  bedankt!
Zaterdagavond komen we thuis, ga ik wassen, Kees een dagje werken, caravan inpakken en nog twee weken naar Callantsoog, uitrusten!


maandag 2 juni 2014

Land van vuur en ijs



Als we het Muggenmeer achter ons laten hebben we ook nog een "solfatarenveld"  vol kokende en borrelende modderpoelen en verschillende sissende stoomgaten met zwaveldampen bezocht.  Het hele gebied stonk naar rotte eieren, de grond had diverse kleuren: rood, geel, groen en blauw. Overal dampte, rookte en siste het en straalde het warmte uit, het was een bizarre ervaring. 


Onze reis naar het volgende adres, Egalisstadir, ging over een kale onbewoonde hoogvlakte, we hebben er heel wat sneeuw- en ijsvelden gepasseerd, het was er uitgestorven, op een enkel ganzenpaartje na was er geen levend wezen te bekennen. Volgens onze reisgids moet de aarde er kort na de schepping zo hebben uitgezien....De auto's die we op deze 150 km lange route tegen kwamen konden we op de vingers van onze 4 handen tellen. We verbazen ons telkens weer over dit land. Het plaatsje waar we overnachten is ook eigenlijk alleen maar een stop op de route, er valt niet veel te beleven, in de buurt is de haven waar je aankomt als je met de boot vanuit Europa naar IJsland komt. De verbinding  is maar 1 x per week, de overige dagen is het er een dooie boel, hoewel het er vandaag een soort visserij- of vlaggetjesdag was. Een hoop reuring bij de haven en bakken met diverse soorten vis om te bekijken. Morgen, zondag, reizen we verder langs de oostkust van dit land.

Zo  trokken we dus vanaf  Egalisstadir zuidwaarts, niet in een rechte lijn dat kan niet, zo'n weg is hier ook niet, eerst een stukje binnenland en daarna volgden we de kustweg, langs de fjorden. Dit houdt in langs het water tot het ophoudt en bocht en langs de andere kant naar daar waar het land ophoudt, een bocht en weer langs het water... Dit door een wisselend landschap met veel vogels, af en toe wat elanden of rendieren 

en volop schaapjes. Zo naderen we het gebied van de Vatnajökull, een gigantische gletsjer, zo groot als de provincies Groningen, Friesland en Drenthe bijelkaar. Op verschillende plekken zien we de gletsjertongen uit de bergen komen, een indrukwekkend gezicht.
Het ijsbergenmeer  Jökulsárlón hebben we bezocht, via dit meer drijven de stukken die van de gletsjer zijn afgebroken naar zee, waar dan weer kleinere brokkene op het strand terechtkomen.
Als het zonnetje schijnt lijkt het, met het zwarte lavazand als achtergrond, of er juwelen liggen.  De volgende dag, maandag, zijn we nog eens naar het ijsbergenmeer gegaan, je kunt er met een amfibievoertuig of met een rubberboot een tochtje maken. 
We twijfelden of we zouden gaan maar kozen er voor om dit niet te doen, het meer heeft een bepaalde serene rust, je hoort het ijs knappen en de meeuwen krijsen, als je in zo'n boot gaat zitten hoor je alleen de motor, no thanks! 
Onze reis naar het zuiden vervolgend maken we een vogelexcursie mee.

Op een "platte kar" achter een tractor worden we een kilometer of 6 door een soort zwart  wad meegevoerd naar een klif voor een wandeling langs de rotsen waar Grote Jagers, (de grootste roofmeeuwen) trachten ons aanvallen omdat ze hun nesten beschermen en waar ook de papegaaiduiker 
nestelt.

 Het was een bijzonder reisje, de randen van de klif heb ik wat gemeden, (lijd wat aan hoogtevrees) maar verder genoot ik ervan.
Onze reis voert ons door zwarte zand- en steenwoestijnen, ooit de bedding van de gletsjeruitlopers, naar ons volgende overnachtingsadres dat aan een heerlijk groen weidje ligt. Een verademing.....