Als we het Muggenmeer achter ons laten hebben we ook nog een "solfatarenveld" vol kokende en borrelende modderpoelen en verschillende sissende stoomgaten met zwaveldampen bezocht. Het hele gebied stonk naar rotte eieren, de grond had diverse kleuren: rood, geel, groen en blauw. Overal dampte, rookte en siste het en straalde het warmte uit, het was een bizarre ervaring. Onze reis naar het volgende adres, Egalisstadir, ging over een kale onbewoonde hoogvlakte, we hebben er heel wat sneeuw- en ijsvelden gepasseerd, het was er uitgestorven, op een enkel ganzenpaartje na was er geen levend wezen te bekennen. Volgens onze reisgids moet de aarde er kort na de schepping zo hebben uitgezien....De auto's die we op deze 150 km lange route tegen kwamen konden we op de vingers van onze 4 handen tellen. We verbazen ons telkens weer over dit land. Het plaatsje waar we overnachten is ook eigenlijk alleen maar een stop op de route, er valt niet veel te beleven, in de buurt is de haven waar je aankomt als je met de boot vanuit Europa naar IJsland komt. De verbinding is maar 1 x per week, de overige dagen is het er een dooie boel, hoewel het er vandaag een soort visserij- of vlaggetjesdag was. Een hoop reuring bij de haven en bakken met diverse soorten vis om te bekijken. Morgen, zondag, reizen we verder langs de oostkust van dit land.
Zo trokken we dus vanaf Egalisstadir zuidwaarts, niet in een rechte lijn dat kan niet, zo'n weg is hier ook niet, eerst een stukje binnenland en daarna volgden we de kustweg, langs de fjorden. Dit houdt in langs het water tot het ophoudt en bocht en langs de andere kant naar daar waar het land ophoudt, een bocht en weer langs het water... Dit door een wisselend landschap met veel vogels, af en toe wat elanden of rendieren
en volop schaapjes. Zo naderen we het gebied van de Vatnajökull, een gigantische gletsjer, zo groot als de provincies Groningen, Friesland en Drenthe bijelkaar. Op verschillende plekken zien we de gletsjertongen uit de bergen komen, een indrukwekkend gezicht.Het ijsbergenmeer Jökulsárlón hebben we bezocht, via dit meer drijven de stukken die van de gletsjer zijn afgebroken naar zee, waar dan weer kleinere brokkene op het strand terechtkomen.Als het zonnetje schijnt lijkt het, met het zwarte lavazand als achtergrond, of er juwelen liggen. De volgende dag, maandag, zijn we nog eens naar het ijsbergenmeer gegaan, je kunt er met een amfibievoertuig of met een rubberboot een tochtje maken.
We twijfelden of we zouden gaan maar kozen er voor om dit niet te doen, het meer heeft een bepaalde serene rust, je hoort het ijs knappen en de meeuwen krijsen, als je in zo'n boot gaat zitten hoor je alleen de motor, no thanks!
Onze reis naar het zuiden vervolgend maken we een vogelexcursie mee.
Op een "platte kar" achter een tractor worden we een kilometer of 6 door een soort zwart wad meegevoerd naar een klif voor een wandeling langs de rotsen waar Grote Jagers, (de grootste roofmeeuwen) trachten ons aanvallen omdat ze hun nesten beschermen en waar ook de papegaaiduiker nestelt.
Het was een bijzonder reisje, de randen van de klif heb ik wat gemeden, (lijd wat aan hoogtevrees) maar verder genoot ik ervan.Onze reis voert ons door zwarte zand- en steenwoestijnen, ooit de bedding van de gletsjeruitlopers, naar ons volgende overnachtingsadres dat aan een heerlijk groen weidje ligt. Een verademing.....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten